Global Sisters

"Ik ga op reis..... ga je mee?"
Sara

Principessa, wat kijk je treurig,’ roept Alekos me toe van achter de bar wanneer ik het restaurant binnenloop. Nu ik niet langer bij Guido aan boord blijf is het tijd voor een nieuwe stap. Een stap die goed voor me is, maar me ook onzeker maakt. ‘Kom hier, dan maak ik een cappuccino voor je,’ zegt hij en draait zich om en begint de koffie te malen. 


‘Is Gina er?’ is het enige wat ik uit weet te brengen. ‘Volgens  mij staat ze achter te roken, loop maar door de keuken naar haar toe. Hier is je koffie, neem die maar mee,’ antwoordt hij met een knik naar de keuken. In de keuken staan twee verhitte mannen boven stomende pannen. Het is een grappig gezicht en eerlijk gezegd benijd ik ze niet. Met dit warme weer het eten bereiden voor weer een groep hongerige toeristen.


Gina heeft het beter geregeld, die staat rustig een sigaret te roken. Er is geen zweetdruppel te vinden in haar zorgvuldig opgemaakte gezicht. Als een echte Griekse heeft ze een dikke laag foundation aangebracht en daar overheen de nodige andere toeters en bellen. Als ik haar niet beter zou kennen, zou ik met een grote boog om haar heen lopen. Toch is Gina de enige vriendin die ik heb gevonden in al mijn jaren in deze omgeving. De meeste Grieken zien je toch als een voorbijganger of toerist of misschien ook wel als een geldbron. Ze moeten toch leven van het toerisme en als buitenlander kom jij in hun ogen het geld brengen. Het is niet dat ze niet aardig zijn, maar echt tijd voor je maken, dat doen ze niet. 


‘Hé, wat doe jij nou hier?’ roept ze uit als ze me door de deur ziet komen. ‘Ik mocht doorlopen van je vader, hij zag dat ik met je moest praten,’ antwoord ik zachtjes. ‘Ja, schat, je ziet er inderdaad niet zo best uit,’ zegt ze opbeurend, terwijl ze haar sigaret uitdrukt. ‘Mijn pauze zit er eigenlijk al op, maar als papa je gestuurd heeft, dan neem ik nog een paar minuten,’ zegt ze lachend. ‘Wat is er aan de hand?’ ‘Ik ga bij Guido weg, dat is de korte versie van het verhaal, en nu zoek ik een plek om te wonen en te werken. Het liefste blijf ik hier, maar ik heb niet het idee dat ik van enige toegevoegde waarde kan zijn. Ik kan tenslotte niets.’


‘Oké pessimist dat neem je even terug. Werken in de horeca kan iedereen, zelfs zonder ervaring. Ik bedoel, iedereen kan toch bestek poleren, glazen spoelen, tafels dekken en borden sjouwen? En hier is nu werk genoeg, je ziet toch dat het druk is?’ zegt ze opbeurend. ‘En waar ga ik dan wonen?’ vraag ik.