“Doe maar gewoon”. Over de stilte achter het alledaagse
“Hoe gaat het met je?”
“Ja… gewoon.”
We zeggen het zo makkelijk, alsof ‘gewoon’ alles dekt en niets zegt tegelijk. Alsof het betekent: alles is oké, niet te zwaar, niet te ingewikkeld. Maar wat betekent ‘gewoon’ eigenlijk? Voor vrouwen? Voor wie tussen culturen leeft? Voor wie zich verstopt achter die woorden?
In Nederland zijn we trots op onze nuchterheid. Maar vaak is ‘gewoon’ een masker, een manier om te verbergen wat er écht speelt: vermoeidheid, zorgen, het verlangen om gezien te worden zonder oordeel. Dat delen is te zwaar, te ongemakkelijk, te ongewoon.
Voor vrouwen met wortels in meerdere culturen kan ‘gewoon’ zelfs verwarrend zijn. Waar elders emoties groot en open zijn, wordt hier fluisterend gezegd: “Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.” Maar wat als jouw leven allesbehalve gewoon is?
Onzichtbare regels bepalen hoe je hoort te zijn, te voelen, te reageren. Die regels zitten in onze taal. “Het gaat gewoon z’n gangetje,” zeggen we, terwijl er vaak zoveel meer schuilt: zorgen die niemand ziet, successen die niemand viert, grenzen die verschuiven omdat ‘het hoort zo.’
En dan die switch, dat moment dat iemand écht iets deelt. Dan moeten we ineens mee in die openheid. Dat is spannend en soms ongemakkelijk. Dus grijpen we snel terug naar ‘gewoon’, want dat is veilig. Maar zo sluiten we verbindingen af, terwijl die juist zo hard nodig zijn.
Wat als we ‘gewoon’ durven loslaten?
Durven zeggen wat er écht is, zonder drama, maar eerlijk en kwetsbaar:
“Ik ben moe, maar ook trots.”
“Ik voel me overbelast, maar ik wil niet klagen.”
Misschien mogen we dat eerst veilig doen, achter de voordeur, waar het kan wennen en helen. En als dat makkelijker wordt, durven we het ook buiten te laten zien.
‘Gewoon’ is meer dan een woord. Het is een grens, een stilte, een veilige plek én soms een gevangenis. Tijd om die grens te verleggen. Tijd om ruimte te maken voor wat écht gezien mag worden. Want achter dat kleine woord schuilt een grote waarheid.