Global Sisters

Het ritme van hoop, over Nowruz en wat wat we niet van elkaar weten

Eerlijke gezegd wist ik tot voor kort weinig van Nowruz. Ik kende het woord niet eens, niet de betekenis, niet het ritme, niet de warmt ervan. En dat besef raakt me. Hoe vaak leven we naast elkaar zonder echt te weten wat de ander viert, mist, hoopt? In maart verschuift het ritme opnieuw. Rond 20 of 21 maart, precies op het moment dat dag en nacht in evenwicht zijn, begint voor miljoenen mensen het nieuwe jaar. Nowruz betekent letterlijk ‘nieuwe dag’. Het is een feest van licht, van lente, van opnieuw beginnen. 


In Iran en daarbuiten krijgt dat nieuwe begin extra lading. Sinds de dood van Mahsa Amini dragen veel vrouwen hun cultuur nog meer met een mengeling van trots en zorg. Voor Iraanse vrouwen zal Nowruz niet alleen een traditie zijn, maar ook een manier om verbinding te houden; met familie, met herinneringen, met wie ze zijn. Misschien wel juist nu met alles wat er gaande is. En terwijl ik wil luisteren naar hun verhalen dacht ik; wij dit dit ook.


In Nederland voel je het zodra de eerste zachte dagen zich aandienen. De ramen gaan open. De frisse lucht naar binnen. Winterjassen verdwijnen naar zolder. De tafel krijgt een andere kleur. Er verschijnen paasspullen: eieren, takken met knoppen, bloemen in lichte tinten. Vrouwen, net als hun moeders en oma’s maken het huis klaar voor het voorjaar. Misschien zonder er grote woorden aan te geven, maar wel met hetzelfde verlangen: ruimte maken voor licht.


Bij Nowruz gebeurt iets soortgelijks lees ik op internet. Een tafel wordt zorgvuldig ingericht, de zogenoemde Haft-Seen, met symbolen van leven, gezondheid en wedergeboorte. Er wordt schoongemaakt, voorbereid, aandacht gegeven. Niet uit gewoonte alleen, maar uit betekenis. En ineens zie ik de parallel. Zij leggen kiemende linzen op tafel lees ik. Wij zetten paastakken in een vaas. Zij markeren een nieuw jaar. Wij vieren op onze manier de opstanding, het voorjaar, het begin van iets nieuws. 


Misschien weten we minder van elkaar dan we denken. Maar onder de verschillen zit iets herkenbaars: het verlangen om het donker achter ons te laten. Om het huis en misschien ook onszelf, opnieuw in te richten. Wat me raakt, is dat tradities vaak door vrouwen worden gedragen. Door oma’s, moeders, dochters. In stilte. Met zorg. Met herhaling. Zij zijn het die de tafel dekken, het huis reinigen, de rituelen doorgeven. Of dat nu voor Nowruz is of voor Pasen. 


En misschien is dat wel de echte nieuwe dag. Dat we nieuwsgieriger worden naar elkaars verhalen. Dat we ontdekken dat onder verschillende namen dezelfde beweging schuilt: van winter naar lente, van gesloten naar open, van donker naar licht. 


Ik wist weinig van Nowruz. Nu weet ik iets meer. En misschien is dat precies waar een nieuwe begin begint. 

 

Astrid Geel