Noor Atlas onderzoekt en deelt wat ze ziet
Wat als we elkaar iets te leren hebben?
Soms zie je ergens anders iets wat je eerst alleen maar mooi vindt. Tot je beseft dat het ook iets over jezelf zegt. Ik heb dat vaak gehad wanneer ik zag hoe vanzelfsprekend mensen in sommige culturen onderdeel zijn van elkaars leven. Hoe kinderen niet alleen van hun ouders lijken te zijn. Hoe vrouwen elkaar opzoeken, samen zorgen, samen eten, samen beslissingen nemen. Hoe familie niet iets is waar je naartoe gaat, maar iets waar je middenin leeft. Mijn eerste reactie was dus vaak: wat mooi. Mijn tweede: ik zou dit helemaal niet kunnen.
Ik houd namelijk ook van mijn eigen ruimte. Van zelf bepalen wanneer ik mijn deur dichtdoe. Van mijn eigen keuzes maken en niet voortdurend rekening hoeven houden met een groter geheel. En toch bleef het me bezighouden. Want hoe meer ik keek, hoe meer ik me afvroeg wat wij hier misschien vanzelfsprekend zijn gaan vinden.
Wij hebben in het Westen het individu hoog in het vaandel staan. We leren onze kinderen zelfstandig te worden. Een eigen mening te hebben, eigen keuzes te maken, op eigen benen te staan. Dat heeft vrouwen enorm veel gebracht. Maar individualisme heeft ook een prijs. We zijn zo gewend geraakt aan het idee dat iedereen zijn eigen leven leidt, dat we ook veel alleen zijn gaan dragen. De zorg voor kinderen. De zorg voor ouders. Relaties. Werk. Het huishouden. Onze zorgen. We willen niemand tot last zijn en vinden het soms moeilijk om te zeggen: ik heb je nodig.
Juist daarom kan het interessant zijn om te kijken naar samenlevingen waarin het wij vanzelfsprekender is. Waar familie niet alleen bestaat uit mensen die je op zondag bezoekt, maar uit een netwerk dat onderdeel is van het dagelijks leven. Waar zorgen, eten, opvoeden, praktische problemen en belangrijke beslissingen vaker met elkaar worden gedeeld. Dat lijkt van een afstand misschien warm en vanzelfsprekend. Maar ook daar zit een andere kant aan. Een sterke gemeenschap kan betekenen dat je minder privacy hebt. Dat familie verwachtingen heeft. Dat het moeilijker is om je helemaal los van de groep te bewegen. Het ene is dus niet simpelweg beter dan het andere. Misschien kunnen we juist iets van elkaar leren.
Wij zouden bijvoorbeeld kunnen leren dat samen doen niet hetzelfde is als afhankelijk zijn. Dat je je zelfstandigheid niet hoeft op te geven om anderen toe te laten. Dat het soms heerlijk is als iemand niet vraagt óf hij iets voor je kan doen, maar gewoon aanschuift en zegt: ik help je even.
En misschien kunnen gemeenschappen waarin familie en traditie niet bepalend zijn, iets van ons leren. Dat jongere generaties niet alleen degene zijn die moeten luisteren. Dat ervaring waardevol is, maar niet automatisch betekent dat je beter weet wat goed is. De wereld waarin jongeren opgroeien verandert voortdurend. Zij zien dingen die ouderere generaties soms niet meer zien. Ze hebben andere vragen, andere ervaringen en soms een ander antwoord.
Misschien is het daarom mooi wanneer een oudere niet alleen zegt: ik heb dit meegemaakt, dus ik weet hoe het moet, maar ook: wat zie jij? Hoe kijk jij hiernaar? Wat zou jij mij adviseren? Dat vind ik misschien wel de mooiste vorm van gemeenschap: dat wijsheid niet alleen van boven naar beneden stroomt, maar heen en weer. Dat de oudere generatie haar ervaring meebreng en de jongere generatie haar blik. Dat de een leert van wat al geleefd is en de ander van wat nog moet komen. Zo hoeft gemeenschap niet te betekenen dat het individu verdwijnt en individualisme hoeft niet te betekenen dat je alles alleen doet. Misschien kunnen we juist een beetje van beide bewaren.
De vrijheid om je eigen leven te leiden en de vanzelfsprekendheid om dat leven niet helemaal alleen te hoeven dragen. De moed om je eigen stem te volgen en de nieuwsgierigheid om werkelijk naar een ander te luisteren. Misschien is dat wat andere manieren van samenleven ons kunnen leren: niet dat er ergens een samenleving bestaat die het allemaal beter heeft bedacht, maar dat iedere cultuur blinde vlekken heeft. En dat we elkaar misschien het meest kunnen geven wanneer we niet alleen kijken naar wat de ander anders doet, maar ook durven vragen:
Wat kunnen wij van elkaar leren?
Liefs,
Noor